Specifieke complicaties

Luxatie

Dit is het uit de kom schieten van de heup door een verkeerde beweging. Vooral de eerste drie maanden na de operatie is het gevaar hiervoor het grootst. Daarom is het zeer belangrijk dat u zich aan de gestelde richtlijnen van uw orthopeed en fysiotherapeut houdt. Bij terugkomende luxaties kan het nodig zijn dat u opnieuw geopereerd moet worden.

 

Zenuwuitval

Door de operatie kunnen een heel enkele keer bepaalde zenuwen naar het onderbeen geïrriteerd, opgerekt of beschadigd raken. Hierdoor zullen spieren in het onderbeen niet optimaal kunnen funktioneren. Bij de meeste patiënten is dit probleem tijdelijk en zal dan ook vanzelf weer over gaan.

 

Beenlengteverschil

Hoewel bij de keuze van de SPII zorgvuldig rekening wordt gehouden met de verhoudingen van de patiënt, kan er door een grote variatie in de anatomie soms een gering beenlengteverschil ontstaan. Dit is eenvoudig te corrigeren door de hakhoogte van de schoen aan te passen.

 

Infectie van de prothese

Deze complicatie komt gelukkig ook zelden voor. Mocht het echter gebeuren, dan kunnen antibiotica via een infuus en langdurige bedrust meestal afdoende zijn nadat de heup eerst is gespoeld via een extra operatie. Maar soms moet de prothese worden vervangen. Een infectie kan ook lange tijd na implantatie van uw heupprothese nog optreden, in het bijzonder als u een verminderde afweer heeft. Bij het ondergaan van andere operaties, grote ingrepen aan uw gebit of grote huidinfecties moet u uw behandeld arts informeren dat u een heupprothese heeft. U zult dan preventief antibiotica voorgeschreven krijgen.

 

Loslaten van de prothese

Soms kan de prothese na verloop van tijd los gaan zitten. Dat gebeurt soms bij de steel maar meestal bij de kom. Deze zal dan moeten worden vervangen. Om loslating in een zo vroeg mogelijk stadium vast te stellen, wordt u verzocht iedere twee jaar op controle te komen bij uw orthopedisch chirurg.

 
 
home   |   contact   |   disclaimer
Logincode arts